14 augustus 2008

De ronde van Kwadendamme (1981)

Het zal 1981 geweest zijn. Ik was elf. Elke zomervakantie logeerde ik een weekje bij mijn tante Lena in Zeeland. Een feestweek. Alles mocht en niks hoefde. Zeven dagen lang reed ik rond op een omafiets, de dijken op en af, van niks naar nergens en terug. Op een dag besloot ik een emaille piespot op mijn hoofd te zetten. Ik liep stoicijns Lena's woonkeuken binnen waar enkele tantes en ooms goedgemutst aan tafel zaten te praten. Met een stalen gezicht stak ik mijn hand op. ,,Hoi.'' Een lachsalvo was mijn deel. Mijn ooms en tantes stelden een weddenschap voor: ,,Als jij met die po op door het dorp durft te rijden, krijg je van ons allemaal twee gulden vijftig.''
Niet eens het geld, maar vooral de aandacht en de bewondering nodigden me uit de Ronde van Kwadendamme met een po op de kop te rijden. Van Lena's huis naar oom Louis op het Lange Weegje en weer terug met een slakkengangetje. Achter me aan een karavaan van auto's met familieleden, fietsende buren en nieuwsgierige wandelaars die we onderweg waren tegengekomen. De karavaan toeterde, gilde en lachte. En ik reed voorop, met een po op mijn hoofd. Zelden voelde ik me zo fantastisch als toen.

De ronde van Kwadendamme

Grotere kaart weergeven